header

In het Limburgs

In het Limburgs is en wordt heel veel geschreven. Zo zijn er veel lokale woordenboeken en is er dialectliteratuur. Maar er wordt ook veel muziek in het Limburgs gemaakt en het Limburgs is regelmatig te horen in de media.

Over het Limburgs

Over de Limburgse streektaal is intussen al heel veel gepubliceerd. Dat betreft niet alleen taal- en letterkundige publicaties, maar ook uitgaves voor het onderwijs en over het spellen van het Limburgs.

Publicaties

In het Limburgs is en wordt heel wat gepubliceerd. Zo zijn er oude teksten, vele lokale woordenboeken en is er dialectliteratuur. Kijk voor Limburgse teksten ook op het Limburgportaal van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

Oude teksten

Hieronder staan voorbeelden van Limburgse teksten in PDF-formaat. Ze zijn te downloaden met Acrobat Reader.

Top

Woordenboeken

Inmiddels zijn er woordenboeken verschenen van veel lokale Limburgse dialecten. Een overzicht van de 
verschenen dialectwoordenboeken kunt u hier als PDF-bestand downloaden. Enkele lokale woordenboeken zijn ook digitaal beschikbaar. Kijk hiervoor eens tussen de Taallinks op deze website.

Naast de vele lokale woordenboeken is er natuurlijk ook nog het grote Woordenboek van de Limburgse Dialecten (WLD). Het WLD behandelt de woordenschat van dialecten van Belgisch en Nederlands Limburg en het vanouds Germaanstalige noordoosten van de provincie Luik. De 39 delen zijn gemaakt aan de Radboud Universiteit Nijmegen (1960-2008) en de Katholieke Universiteit Leuven (1992-2008). De digitale versie vindt u hier.

Een van de delen van het WLD beschrijft de vaktaal van de Limburgse mijnwerker. Dit deel is in het kader van het Jaar van de Mijnen gedigitaliseerd en kan hier worden bekeken en gedownload​

Top

Dialectliteratuur

Hieronder volgt een lijst met enkele interessante verwijzingen naar (informatie over) (jeugd)dialectliteratuur. Kijk voor boeken in het Limburgs ook eens op de website van uitgeverij TIC in Maastricht en op de website van de BV Limburg.

Overzichten van de Limburgse en Rijnlandse dialectliteratuur:

  • Georg Cornelissen, Eva Maria Schmitt (red.), Dialekte und Dialektliteratur in der Euregio Rhein-Maas-Nord / Dialecten en dialectliteratuur in de Euregio Rijn-Maas-Noord. Rheinland-Verlag. Köln 1997. 
     

Bloemlezingen:

  • M. de Bruin (e.a.) (red.), Mosalect: bloemlezing uit de Limburgse dialectliteratuur. Veldeke. Heerlen 1976.
  • Paul Weelen (red.), Kinder, kinjer, wichter, poete. Uitgeverij TIC. Maastricht 1999.
  • Jan Notten (e.a.), ...Tieën kling negerkes...: bloomlaezing oet 't Limburgs. Veldeke. Venlo 1994. [Veldeke Literair reeks; dl. 5]
  • W. Kuipers (red.), Platbook 1, Columns. TIC, Maastricht 2008.
  • H. Sniekers (red.), Platbook 2, Ieëstelinge. TIC, Maastricht 2009.
  • C. Bemelmans (red.), Platbook 3, Gebaorte en doeëd. TIC, Maastricht 2009.
  • W. Kuipers (red.), Platbook 4, Fitsprovins. TIC, Maastricht 2010.
  • E. Diederen, (red.), Platbook 5, Moder Maas. TIC, Maastricht 2010.
  • P. Bakkes (red.), Platbook 6, Moereratsj. TIC, Maastricht 2011.
  • H. Bors (e.a.) (red.), Ketting. Noord-Limburgse verhaole en gedichte. Veldeke Schrieverskrink Noord-Limburg, 2011.
  • S. Derkx (red.), Platbook 8, Floriade. TIC, Maastricht 2012.
  • P. Prikken (red.), Platbook 9, Van veursjtad bès achterlandj. TIC, Maastricht 2012.
  • Toos Schoenmakers-Visschers, Platbook 10 Reisverhoale en -gedichte. TIC, Maastricht 2013
  • Theo Bovens (red.), Platbook 11 Vastelaovend. TIC, Maastricht 2013.
  • Hans Op de Coul (red.), Platbook 12 Twelf. TIC, Maastricht 2014.
  • Fernand Jadoul (red.), Platbook 13 Geld. TIC, Maastricht 2014.
  • Ria Oomen-Ruijten (red.), Platbook 14 Grenze. TIC, Maastricht 2015.
  • Elle Eggels (red.), Platbook 15 (Aaf)liere. TIC, Maastricht 2015.
  • Annie Schreuders-Derks, Platbook 16 Mode. TIC, Maastricht 2016.
  • Henk Hover (red.), Platbook 17 Meziek. TIC, Maastricht 2017.

Jeugdliteratuur - Poëzie:

  • Jeanne Alsters-v.d. Hor, Bôtterbleumkes, kinderversjes in Venloos dialect. Dagblad voor Noord-Limburg. Venlo 1979.
  • Huub van den Bosch, Wieërter wichterversjes, reutselkes en ... nog völ mieer. Met teikeninge van José Kuiper-Tinnemans. Drukkerij Maes. Weert 1990.
  • Jette van Thor-Braun, Mestreechs ABC veur kinder. Stichting Mestreechs Kinder- en Jäögbook. [Maastricht 1986].
  • Annie van Gansewinkel (red.), Platbook 7, Springlaevendj. TIC, Maastricht 2012. 
     

Jeugdliteratuur - Proza:

  • Jan Feijen, Jos Gubbels, Jan Moonen (samestèllers), Verhäölkes um vuuër te laeze. Veldeke Krînk Wieërt, Weert 2003.
  • Fook Nederveen, Kinderverhalen in Nederlands/Remunjs. Boekhandel Willems. Roermond [1987].
  • Sjo Notten, De zeve nunskes van Mestreech. Yendor kinder- en jeugdboekwinkel Maastricht/Veldeke Algemene Boekhandel. Maastricht [1981].
  • Sjo Notten, 't Krejjekojl-verhaol. Nopro. Maastricht [1982].
  • Tieske en Niske. Ing gesjiechte uever d'r aldaag van de Grunsjtroater lüj um 1860 erum. Ópgesjrieëve durch d'r Jo Vek. Waubach 2002. (Een jeugdboek in het Bargoens van de Groenstraat in Waubach)
  • Jean Paulssen, Gidder deerke... ee plezeerke. Mooi Limburgs boekenfonds, Sittard 2006 (uitgave Parkstad; met CD)
  • Jean Paulssen, Eeder deerke... ein plezeerke. Mooi Limburgs boekenfonds, Sittard 2009 (uitgave Venlo)
  • Jean Paulssen, Vertel mich nog ins get. Uitgeverij W. Eijdems, Eygelshoven 2010.
  • Yuri Michielsen-Tallman, Oet 't Fabelbook vaan Aesop. TIC, Maastricht 2011.
  • Riky Simons-Julicher e.a., Mien eerste wäördjes. Milieu- en Heemkundevereniging Swalmen 2016.

Top

Muziek

Hier vindt u enkele aanknopingspunten voor het ontdekken van de Limburgstalige muziekwereld: liedteksten, muziekgroepen en andere links.

Liedteksten

Veel Limburgse liedjesteksten zijn te vinden in Leedjes laeze, een uitgave van uitgeverij TIC in Maastricht.
Bibliografische gegevens: Leedjes laeze. LiLiLi 39. Cd-productie: Marlstone. ISBN 9789076043678.
Prijs: 29,90 euro

Muziekgroepen

Deze pagina stellen wij ter beschikking aan muziekgroepen die zich hier willen presenteren. Mail je link, dan wordt die hier geplaatst.

Andere Links

Top

Radio & TV

In de Limburgse media is geregeld aandacht voor het Limburgs. Een paar voorbeelden van programma’s die helemaal in
het Limburgs zijn vindt u hier.

Plat-eweg
Op werkdagen van 19.00 tot 20.00 uur presenteert Henk Hover op L1 Radio het Limburgs muziekprogramma 'Plat-eweg'. 99% van alle gedraaide plaatjes wordt in het dialect gezongen. 'Plat-eweg' heeft een uitgebreid portaal over Limburgse muziek, websites van Limburgse artiesten en een uitgebreide muziekagenda op de website van L1, www.l1.nl/plat-eweg.

Plat-eweg internetradio
De hele dag alleen Limburgstalige artiesten op uw eigen computer? Klik hier voor Plat-eweg radio.

Dialectje mozaïk
Op de lokale radio Maaseik (107.6 FM) iedere donderdagavond tussen 18.00 en 20.00 uur het programma 'Dialectje mozaïk'. Op vrijdagavond: 'Willeke op de vrijdag' van 21.00 tot 22.00 uur. In de karnavalstijd: ''t Wammeseurke', zondag van 12.00 tot 13.00 uur.

Kump good
​Op RTV Roermond Radio kunt u op zaterdag van 9.00 tot 10.00 uur luisteren naar het programma 'Kump good', de sjnelwaeg nao de Limburgse meziek. Met vaste items zoals ‘d’n aaje Limburger’, ‘de Frühshopkepel’, ‘de Gouverneur-cd' en de ‘Arties van de Waek’. Maar ook wekelijks met Limburgs shownieuws en het Veldeke Journaal.

Top

Geluidsdatabank

Hoe klinkt het Limburgs? In onze geluidsdatabank hoort u gesproken Limburgs.

Hoe klinkt het Limburgs? In onze geluidsdatabank hoort u gesproken Limburgs. Luister eens naar de verschillen tussen de Limburgse dialecten in het zinnetje 'Ze heeft haar mooie schoenen aangedaan en gaat vanavond uit'. U kunt ook luisteren naar een dialoog in de diverse dialecten.

Veel Limburgse dialecten zijn te horen op de website van het Meertens Instituut in Amsterdam. Klik hier. 

Top

Limburgse Streektaal

Wat verstaan we onder Limburgse streektaal? Hier wordt ingegaan op onder andere de grenzen, geschiedenis en kenmerken van de Limburgse taal.

De grenzen van het Limburgs

De naam 'Limburg' voor de provincies ten oosten en westen van de Maas is nog jong. Koning Willem I heeft die naam aan de toen nog ongedeelde provincie gegeven in 1815. Het parlement wilde de provincie 'Maastricht' noemen… De naam 'Limburgs' voor de taalvariëteiten in de verschillende plaatsen is dus ook jong. Door de mensen is die taal altijd 'plat' genoemd, in tegenstelling tot de taal die 'hoog' werd genoemd: dat is de taal van het hooggelegen deel van de taalfamilie. Het Limburgs is een deel van een grote taalfamilie die gebruikt wordt tussen Zuid-Tirol in Italië en de Noordzee. In dat grote gebied verandert de taal telkens een beetje van plaats tot plaats. Pas als je sprekers hebt uit twee plaatsen die ver uit elkaar liggen, is men minder goed verstaanbaar.

Het Limburgs is sterk verwant met de talen uit het Rijnland en met het Limburgs van Belgisch Limburg. Deze variëteiten hebben grotendeels dezelfde kenmerken als het Limburgs. Niet alle kenmerken zijn in alle Limburgse plaatselijke dialecten aanwezig. Sommige komen alleen in het zuiden voor, andere alleen in het noorden, sommige in het westen, andere in het oosten.
De grens van het Limburgs is niet te trekken op taalkundige gronden. Daarom heeft men besloten om 'het Limburgs' samen te laten vallen met de provinciegrenzen. Men beschouwt alle dialecten binnen Limburgs als 'Limburgs'. Men doet dat ook met dialecten waar men wel eens 'Gelders' tegen heeft gezegd: de dialecten van het noordelijkste punt van Limburg. Het is een politiek besluit om al deze dialecten 'Limburgs' te noemen, geen taalkundig. Hier wordt met 'Limburgs' alleen maar bedoeld: alle dialecten die van oudsher in Nederlands Limburg gebruikt worden.

Top

Ouderdom van het Limburgs

De dialecten binnen Limburg komen van dezelfde 'voorvaderlijke' tak als het Nederlands en het Duits. Het zijn geen bastaarden van het Nederlands of het Duits. De Limburgse dialecten hebben een zelfstandige ontwikkeling gehad, los van het Nederlands en het Duits. Dat kan men het beste zien (eigenlijk: horen) als men de kenmerken van het Limburgs bekijkt. Sommige kenmerken heeft het Limburgs samen met het Nederlands, andere samen met het Duits, maar het heeft dus ook kenmerken die niet in het Nederlands en ook niet in het Duits voorkomen.

Het Limburgs is vanwege die afstamming even oud als het Duits, het Nederlands, het Fries en alle andere dialecten die geen standaardtaal geworden zijn (het Saksisch, het Zeeuws, het Vlaams, het Beiers, het Thurings). 

De precieze leeftijd van het Limburgs is niet vast te stellen. Men merkt een taal pas op als ze in geschreven vorm bestaat. Het oudste ons bekende Limburgs dateert van ongeveer 1170. Het is het werk van Henric van Veldeke.
 

Top

Het verschil tussen een taal
en dialect?

Taalkundig gezien bestaat er geen verschil tussen talen en dialecten. Iedere taal en ieder dialect heeft klanken, woorden, woordgroepen, zinnen, uitdrukkingen en spreekwoorden. Iedere taal en dialect heeft een grammatica (al is dat voor een dialect vaak niet op papier vastgelegd). Iedere taal of dialect heeft 'mooie taal' of poëzie (al is dat in dialect vaak niet op papier vastgelegd). Taalkundigen zullen nooit zeggen dat er verschillen bestaan tussen talen en dialecten.

Echter, maatschappelijk gezien bestaan er veel verschillen tussen talen en dialecten. Hier volgen er enkele:
 

  • een taal wordt op school onderwezen, een dialect niet;
  • een taal heeft een spelling die wettelijk is geregeld, een dialect niet;
  • een taal wordt zakelijk op papier gebruikt, een dialect niet;
  • een taal heeft registers die een dialect meestal niet heeft (het register van de wetgeving, het register van de rechtspraak);
  • een taal wordt meestal door een overheid beschermd; bij een dialect komt dat zelden voor.


Door deze verschillen wordt een taal anders gewaardeerd dan een dialect. Men zegt vaak: met een taal kun je vooruit komen, met een dialect niet.

Top

Is het Limburgs een taal of een dialect? Of is het een 
verzameling van vele dialecten?

Taalkundigen vinden het antwoord op de eerste vraag niet erg interessant. Zij weten dat talen in taalkundig opzicht gelijk zijn aan dialecten. Dat geldt niet alleen voor het Limburgs in het algemeen, maar ook voor ieder plaatselijk dialect. Het Grieks van Homerus is taalkundig even interessant als het Limburgs van Ingber (een plaats tussen Valkenburg en Gulpen).
Er bestaat geen overkoepelend Limburgs, terwijl er wel een overkoepelend Fries bestaat. Dat overkoepelende Fries bestaat alleen op papier. Als Friezen met elkaar spreken, doen ze dat in hun eigen plaatselijke Fries. Als ze schrijven, gebruiken ze het oude dialect van Leeuwarden.
Limburgers schrijven over het algemeen in hun eigen plaatselijke Limburgs, de taal waarin ze ook met elkaar spreken.
Bestaat het Limburgs dan wel?
Jazeker.
Het bestaat in de bonte verscheidenheid van allemaal plaatselijke dialecten. Samen vormen zij het Limburgs. Al die dialecten samen hebben het kenmerk dat het te beschouwen is als een aparte taalgroep, los van het Nederlands.
Bij de erkenning van het Limburgs (op 20 februari 1997) heeft de Nederlandse regering de bonte verscheidenheid van Limburgse dialecten aangemerkt als 'de Limburgse taal'. In Limburg wilde men dat, gezien de aanvraag die daarvoor is ingediend. Den Haag heeft die wil gerespecteerd.
Overigens, ook het Nedersaksisch, dat al in 1996 erkend is als streektaal, heeft geen eenvormige schrijftaal: Groningers spreken hun eigen Gronings, in Drente en Overijssel doet men hetzelfde, evenals in de Achterhoek.

Top

Welke kenmerken hebben de Limburgse dialecten?

  • In alle Limburgse dialecten komt de umlaut voor (klinkerverandering bij verkleining van zelfstandige naamwoorden). Zoals bij: daak - daekske, paol - päölke, tas - teske.
  • Een dergelijke klankwisseling komt ook voor in de tegenwoordige tijd van bepaalde sterke werkwoorden: ich gaef, doe guuefs, hae guuef; ich stoeat, doe stuuets, hae stuuet.
  • Het Limburgs heeft drie soorten zelfstandige naamwoorden: mannelijke, vrouwelijke en onzijdige. Let maar eens op de lidwoorden van de voorbeeldwoorden: dae miens, die vrouw, det kindj. Het Nederlands heeft twee soorten: de- en het-woorden.
  • Het meervoud heeft geheel eigen regels: eine paol -> maar mieë päöl, eine tandj -> mieë tenjein hoes-> mieë hoezer.
  • De meeste Limburgse dialecten kunnen door eenzelfde lettergreep op twee aparte manieren uit te spreken, betekenisverschillen aangeven. Dat verschijnsel komt in Limburg voor onder de lijn Meijel-Well. Als men 'bein' langgerekt uitspreekt, weten Limburgers dat het over één been gaat. Als men het woord kort en krachtig uitspreekt (zoals in het Nederlands), weten Limburgers dat het over de meervoudsvorm, dus meerdere benen, gaat.
  • Om deze reden noemt men het Limburgs een toontaal. Toontalen komen niet veel voor in Europa.
  • De meeste Limburgse dialecten van onder de lijn Meijel -Well, hebben veel woorden met -ch waar het Nederlands een -k heeft: ich, dich, mich, ouch, uch, zich en andere varianten.
  • Het Limburgs heeft een eigen zinsmelodie die het duidelijkst te horen is in vragen die met 'ja' of 'nee' beantwoord moeten worden. Bijvoorbeeld de vraag: Geis se mit? In het Limburg gaat de toon lang niet zoveel omhoog als in het Nederlands.
  • Ook een opsomming heeft een eigen zinsmelodie. Het Limburgs is anders dan het Nederlands, maar ook anders dan het Duits. 

Top

Ondervindt het Nederlands er schade van dat het Limburgs een streektaal is?

Moderne opvattingen over taal zeggen dat taalverscheidenheid beschouwd moet worden als rijkdom. Als er binnen een land meerdere talen bestaan, is dat culturele rijkdom. Het Nederlands is de standaardtaal die alle Nederlanders en Vlamingen goed moeten leren. Aandacht voor het Limburgs mag niet ten koste gaan van aandacht voor het Nederlands. Het Nederlands is en blijft onze standaardtaal. We zijn naast Limburgssprekenden ook Nederlandssprekenden. Men mag Limburgstaligen beschouwen als Nederlandssprekenden.
Op school mag al sinds de invoering van de basisschool en de invoering van de mammoetwet tijdens de Nederlandse les aandacht zijn voor regionale talen in levend gebruik. Binnen Nederlandse lesmethodes vindt men altijd stukken stof die gaan over streektalen. Op die momenten mag er dus gerust ook aandacht zijn voor het Limburgs. Ook in die zin is het bestaan van het Limburgs niet schadelijk voor het Nederlands.
Het Limburgs moet niet in gevecht komen met het Nederlands. Wel mag het een eigen positie opeisen.

Top

Hoe komt het dat er zoveel klankverschillen zijn in het Limburgs? 

Waarom zegt met in de ene plaats sjtaon, in de andere plaats staon en weer ergens anders sjtoan? Waarom is er zo'n grote verscheidenheid in het woord voor 'jullie': gae, geer, gier, deer, dier, daer?
Het antwoord op die vraag is lastig. Taalkundigen gaan ervan uit dat het Limburgs rond 1200 veel meer dezelfde klanken en woorden had, dan nu. In de loop van acht eeuwen zijn er plaatselijke verschillen ontstaan. Waarom dat juist die specifieke verschillen zijn, is onbekend. Wel weet men dat dergelijke verschillen over de hele wereld ontstaan als grote groepen mensen zich opsplitsen en in kleinere groepen gaan wonen. Over de hele wereld is dat de oorzaak van taalvariatie. Maar taalgebruikers kennen alleen maar de taal uit de eigen taalomgeving.
Kleine groepjes in aparte plaatsen schijnen zich te willen onderscheiden in taal. Daarom is er de neiging om een eigen herkenbare taal te willen hebben. Dat is een tendens. 
De tweede tendens werkt tegengesteld. De taal mag nooit zoveel anders worden dat de verstaanbaarheid in het geding is. Tussen die twee tendensen schijnen dialectgebieden altijd te balanceren. 
In Limburg hebben beide tendensen prima gewerkt: Limburgers kunnen elkaar goed begrijpen, maar er is toch behoorlijk wat variatie. 
 

Top

Educatie

Educatieve projecten voor het Limburgse onderwijs: de schoolaanpakken Dien eige taal en Wiejer in dien taal en een lesmap met een dialectkaart.

'Dien eige taal' voor het basisonderwijs

In 2005 zijn de eerste boekjes uitgekomen van de schoolaanpak voor het basisonderwijs, Dien eige taal. Het zijn boekjes waarin het gaat om attitudevorming van 10 tot 12-jarige leerlingen rond verschillende talen - dus ook het plaatselijk Limburgs - in hun eigen omgeving. Het is niet de bedoeling dat de leerlingen in de klas Limburgs gaan leren, maar als ze dat toevallig wel doen is dat mooi meegenomen. Wel kunnen stukken van de boekentekst dienst doen als naslagwerk: bijvoorbeeld de stukjes over het spellen van het Limburgs.

Het meest opvallende in deze aanpak is wel, dat de (autochtone) taal die de leerling als eerste taal mee de klas in brengt, de taal is van het boekje dat door die leerling gebruikt wordt. Is die taal Limburgs, dan staan er grote stukken tekst in het Limburgs in het boekje. Is die taal Nederlands, dan zijn diezelfde stukken in het Nederlands. Dat betekent dus dat de individuele leerlingen eventueel verschillende boekjes gebruiken. Geen nood: de teksten in het Nederlands lopen helemaal parallel aan de teksten in het Limburgs. De boekjes zijn trouwens ook identiek uitgevoerd.

De 'Limburgse boekjes' zijn er in verschillende dialecten. Als eerste zijn uitgaven in het Roermonds, het Brunssums, het Sittards en het Geleens samengesteld. Samen met het boekje in het Nederlands en de docentenhandleiding vormde dat het pilootproject van deze aanpak. In 2006 verschenen vertalingen in het Venloos, Kerkraads, Weerts en Maastrichts, in 2007 in het dialect van Echts en in 2010 in het Tegels en het Heerlens. De Nederlandse versie is inmiddels al vier keer herdrukt en ook van de docentenhandleiding en het Roermondse, Sittardse en Geleense boekje zijn ondertussen herziene herdrukken verschenen.

Iedere onderwijsgevende kan met deze boekjes uit de voeten. Men hoeft zelf geen Limburgs te spreken om ze met de leerlingen door te werken. 't Gaat niet om het leren, maar om attitudevorming.

Top

'Wiejer in dien taal' voor het voortgezet onderwijs

Ook voor het voortgezet onderwijs hebben de streektaal-functionarissen boekjes ontwikkeld: Wiejer in dien taal.

De aanpak is bedoeld voor leerlingen van 14-15 jaar en focust evenals de aanpak voor het basisonderwijs Dien eige taal op de tweetaligheid in Limburg. De volledige reeks bestaat uit een docentenboek en een Nederlands, Roermonds, Sittards, Geleens, Kerkraads, Venloos, Weerts, Maastrichts, Heerlens en Horster leerlingenboek. 

Top

Limburgs op de kaart: lesmap

Voor het onderwijs is een lesmap ontwikkeld over de kenmerken van de Limburgse dialecten. De Limburgse kaartmap kan opzichzelfstaand ingezet worden, maar ook als ondersteuning bij de schoolaanpak.

Het doel van de lesmap is om leerlingen bewust te maken van het Limburgs en de verschillen tussen de dialecten binnen de Limburgse streektaal. Daarbij kan het bijdragen aan het ontstaan van een positieve houding ten opzichte van anderstalig zijn, met name ten opzichte van Limburgstalig zijn (eventueel: die houding te behouden en uit te bouwen). Het materiaal kan gebruikt worden in de hoogste groepen van de basisschool (of zelfs in de eerste klassen van het voortgezet onderwijs). 

In de lesmap zit een kaart van Limburg (A4-formaat en posterformaat) waarop de verschillende dialectgebieden zijn afgebeeld. Op een apart blad zijn de kenmerken van de dialecten per gebied beschreven. De kleuren van de beschrijvingen corresponderen met de kleuren op de kaart. Verder zijn in de map een kleurplaat (ook te downloaden: Limburg kleurplaat) en enkele lesideeën (ook te downloaden: Lesideeën Limburgse kaartmap) te vinden voor de hoogste groepen van de basisschool.

Top

Dankzij een subsidie van de Provincie Limburg kunnen deze uitgaven gratis ter beschikking worden gesteld aan Limburgse onderwijsinstellingen.

  • Wilt u meer weten over Dien eige taal, Wiejer in dien taal of de lesmap, bel of mail dan even met de streektaalfunctionaris.

Ton van de Wijngaard
Huis voor de Kunsten Limburg
Steegstraat 5
6041 EA Roermond
T: 0475 399 280
E: streektaal@hklimburg.nl

Top

Kenmerkende uitspraak

Je hoort iemand uit Limburg praten. Waar zou hij of zij vandaan komen? Het soort Limburgs dat men spreekt, kan daar veel over verraden.

Wees Sherlock Holmes met het Limburgs

Je hoort een Limburger of een Limburgse praten. Waar zou hij of zij vandaan komen? Dat zou je wel willen weten. Het soort Limburgs dat men spreekt, kan daar veel over verraden.

  • De uitspraak in het Limburgs van het woord 'dat' geeft goede aanwijzingen:
    Zegt ieman 'det' of 'deh', dan is het iemand uit Midden- of Noord-Limburg.
    Zegt iemand 'dat', dan is het iemand uit Zuid-Limburg onder Susteren. 
     
  • Let ook op de woorden: been, eigen, een, ook, boom
    Zegt iemand: been, ege, een, ooch, boom
    en niet: bein, eige, ein, ouch, boum
    dan is dat iemand die afkomstig is uit Limburg ten oosten van de lijn Koningsbosch-Noorbeek. 
    In Koningsbosch gebruiken ze ook: been, ege, een, ooch, boom
    Het gehucht Spaanshuisken heet daar Oppe Boom.
     
  • Gebruikt iemand een j- aan het begin van een woord, waar anderen een g- gebruiken, dan is dat iemand uit Kerkrade, Bocholtz, Vaals of Lemiers.
  • Zegt iemand 'ald' en 'halde' in plaats van 'oud' en 'houden': dan is dat iemand van boven de lijn Tegelen Meijel. 
  • Zegt iemand 'gere' en geen 'gaer' (in het Nederlands 'graag'): dan is dat iemand uit Maastricht.
  • Zegt iemand 'hebbe' in plaats van het Nederlands 'hebben': dan is dat iemand uit Vlodrop. 
  • Zegt iemand 'gäötje' en geen 'gaetje' (in het Nederlands 'gaatje'): dan is dat iemand uit Montfort.
  • Zegt iemand 'gewaesj' en geen 'gewaes' (in het Nederlands 'geweest): dan is dat iemand uit Maasbracht of Linne. 
  • Zegt iemand 'väöre veurdeur' en niet 'väöre väördäör' of 'veure veurdeur': dan is dat iemand uit Sint Joost.

Woorden die ook veel zeggen over waar iemand vandaan komt, zijn de vormen die worden gebruikt voor het Nederlandse wij, jullie, zij (meervoud) en ons. Ook het woordje 'niet' in het Limburgs zegt veel, net als de woorden voor oud, zout en koud. Zoek dat maar eens uit!

Top

Eerste hulp bij het spreken

Is Nederlands uw moedertaal? Maar zou u graag Limburgs willen kunnen spreken?
Hier vindt u een minicursus Limburgs (het Roermondse dialect).

Roermonds leren praten

Een cursus voor iedereen die het Roermonds, de centrale taal in Midden-Limburg, wil leren spreken.
De cursus is bedoeld voor iedereen die het Nederlands beheerst.
Het teken ~ (de enkele tilde) geeft aan dat de lettergreep een sleeptoon moet hebben.
Het teken \ (backslash) geeft aan dat de lettergreep een stoottoon moet hebben.
In cursussen wordt u verteld wat dat inhoudt. Goed luisteren naar de Roermondenaar helpt ook.
Waarom het Roermonds en geen ander Limburgs dialect? Het Roermonds is toevallig een dialect waarvan deze cursus bestaat.

Download hier de cursus 'Roermonds leren praten' (pdf).

Top

Limburgs schrijven

Op zoek naar basisregels bij het schrijven van het Limburgs? Kijk hier voor de Spellingswebsite, Steuntje, de Spelling 2003 en 
Notendopjes voor verschillende lokale dialecten.

Spellingswebsite

Er wordt volop in het Limburgs geschreven, niet alleen in boeken en andere gedrukte bronnen, maar vooral ook in de social media zoals sms en Facebook. Limburgs sjrieve is dus gans geweun. En nu kunt u ook achter uw computer oefenen hoe u de verschillende klanken van het Limburgs schrijft. Met behulp van de website www.limburgsespelling.nl kunt u leren hoe u de diverse klanken van de Limburgse streektaal kunt schrijven. De website bevat informatie en oefeningen voor het leren schrijven van Limburgse woorden als paol (‘paal’), sjaop (‘schaap’), väöl (‘veel’), träöt (‘toeter’), brandj (‘brand’), brögke (‘bruggen’) en zjwaor (‘zwaar’). U oefent de verschillende klanken uit het Limburgs door woorden uit een gesproken voorbeeldzin in te vullen. Nadat u de oefening gemaakt heeft kunt u gelijk zien wat u goed of fout heeft gedaan. Heeft u een fout gemaakt, dan krijgt u ook het juiste antwoord in beeld.

Klik hier om naar de spellingswebsite te gaan.

Top

Steuntje

Mensen die gelijk aan de slag willen met het schrijven van het Limburgs, kunnen gebruik maken van het Steuntje. Dat Steuntje heeft de vorm van een boekenlegger. De belangrijkste handige weetjes voor het schrijven in het Limburgs staan erop. Ook een lijst met klanken en voorbeeld woorden ontbreekt niet. De tips op de boekenlegger zijn gebaseerd op de Spelling 2003. De boekenlegger is gratis verkrijgbaar bij de streektaalfunctionaris.

Top

Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten

Voor de gevorderde of geïnteresseerde schrijver, kan de vastgestelde Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten als basis gebruikt worden. Een groot voordeel van deze spelling is dat ze toegepast kan worden op bijna alle Limburgse dialecten. De basisklanken die het Limburgs rijk is, zijn in veel Limburgse dialecten aanwezig en kunnen op deze manier overal hetzelfde geschreven worden. De volledige Spelling 2003 is gratis verkrijgbaar bij de streektaalfunctionaris en als pdf-bestand hier te downloaden.

Top

Notendopjes

​Op basis van de Spelling 2003 kan in een notendop de spelling per plaats worden uitgewerkt. Een aantal van deze toepassingen van de Spelling 2003 voor verschillende Limburgse dialecten staat hieronder. Door op de plaatsnaam te klikken, wordt een pdf-bestand geopend.

Top

Publicaties

Niet alleen in, maar ook over het Limburgs is veel geschreven. U vindt hier een aantal interessante verwijzingen, maar ook artikelen om te downloaden.

Publicaties

Hieronder vindt u een overzicht van nuttige publicaties over het Limburgs. Sommige ervan zijn ook te downloaden met Acrobat Reader.

  • P. Bakkes, Onze familienamen: stukjes oud Limburgs.
  • P. Bakkes, Venloos, Roermonds en Sittards. (Taal in stad en land). Den Haag 2002.
  • P. Bakkes, H. Crompvoets (e.a.), Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten. Maastricht 2003.
  • P. Bakkes (red.), Dien eige taal. Roermond 2005/2006. Schoolaanpak voor het basisonderwijs.
  • P. Bakkes, T. van de Wijngaard (red.), Wiejer in dien taal. Roermond 2006. Schoolaanpak voor het voortgezet onderwijs.
  • R. Belemans, J. Van Thienen, Ich kal ooch Limburgs. Creatief lespakket voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. Hasselt 20002.
  • R. Belemans, R. Keulen, Belgisch-Limburgs. (Taal in stad en land). Tielt 2004.
  • R. Belemans, Eindrapport over de Limburg-enquête. Maastricht 2003.
  • L. Cornips, Nederlands van Heerlen. (Taal in stad en land). Den Haag 2003.
  • J. Cajot (red.), Hoe maak ik een dialectwoordenboek. Hasselt 1995.
  • W. Dols, Iets over Limburgsche Dialecten. In: Publ. Soc. Hist. et Arch. dans le Limbourg LXXVIII-LXXXII (1942-1946), pag 129-147. Ook in: H. van de Wijngaard (red.), Een eeuw Limburgse dialectologie. Hasselt/Maastricht 1996, blz. 182-200.
  • R. van Hout (e.a.), Het symposium van 24 mei 2002. ’t Is neet allein ’n kwestie van gedöld. Maastricht 2003.
  • F. Hovens, M. Steegs en T. van de Wijngaard, Talen. In: De kleine geschiedenis van Limburg. Dag 3 - 13 mei 1170. Zwolle 2008, pag. 56-95.
  • R. Keulen, T. van de Wijngaard (e.a.) (red.), Riek van klank. Inleiding in de Limburgse dialecten. Sittard 2007.
  • S. Kroon en T. Vallen, Dialect en school in Limburg. Amsterdam 2004.
  • J.G.M. Notten, De Chinezen van Nederland. Valkenburg aan de Geul 1973 en 1982.
  • J.G.M. Notten, Aanwijzing voor de spelling van de Limburgse Dialecten. Maastricht 1983.
  • B. Salemans, F. Aarts, Maastrichts. (Taal in stad en land). Den Haag 2002.
  • H. van de Wijngaard (red.), Een eeuw Limburgse dialectologie. Hasselt/Maastricht 1996.

Top

COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies.